werkwoorden     zinsdelen     woordsoorten     voornaamwoorden     meervoud     spelling     bekende taalfouten     spreekwoorden     synoniemen     Duits: naamvallen     Duits: werkwoorden
    Login

Wat is het bijvoeglijk naamwoord in onderstaande zinnen?

1.   De lege fles stond nog altijd op tafel.
2.   Hij had zijn handen vol aan de actieve katten.
3.   Zijn vrouw zat al een half uur aan de mobiele telefoon.
4.   Ik heb nog nooit zo'n vervelend kind meegemaakt!
5.   Zodra het donker werd, kwamen de jonge konijntjes naar buiten.
6.   Zijn volgende boek gaat over een burgeroorlog.
7.   Het worden spannende tijden voor onze regering.
8.   Het hoestende kind zorgde voor onrust in de groep.
9.   Men noemt dit altijd de donkere dagen voor kerst.
10.   Je moet kunnen genieten van de kleine dingen in het leven.
11.   Het winkelcentrum was vol met pauzerende scholieren.
12.   De grote tas lag bij de schoenen.
13.   De kapstok viel bijna om door het gewicht van de zware jassen.
14.   Het zullen drie lange maanden worden!
15.   Het stoute kind werd in zijn nekvel gegrepen.

Kijk ook eens op rekenkist.nl voor reken oefeningen.     Een initiatief van imeester. Kijk voor meer informatie op www.imeester.nl

copyright 2009 by Mike Bovenlander